De basis van faux finish is op zich simpel, maar de praktijk moeilijk. Het werd vroeger onderwezen als deel van het ambacht van huisschilder. Nog niet zo lang geleden werden in het Zuiderzeemuseum demonstraties gegeven.
Ik heb enkel de theorie, niet de echte kennis: je begint met het object een basiskleur te geven in de lichtste tint/kleur van het beoogde effect. Na droging is de volgende laag een mix van twee verven in verschillende kleuren met elkaar afstotende eigenschap, dus een waterbasis tegenover een oplosmiddelbasis. Die twee manipuleer je tot je een houtnerfeffect hebt dat gelijkenis heeft. Daarvoor gebruik je bewerkte kwasten (happen eruit), houten kammen, spons, doek en zo meer.
Het kan ook met een enkele kleur/verf als tweede laag. Dan is het een kwestie van met effect opbrengen en gecontroleerd weghalen.
Als laatste wordt er een beschermende transparante afwerking overheen gezet.
Toen de Hema en de Bijenkorf nog onderdeel van één concern vormden, waren hun bedrijfsvrachtwagen gedecoreerd met faux houtnerf. De Hema in grenen en de Bijenkorf in een sjiekere donkere houtsoort. Dat werd helemaal met de hand gedaan.
Dat huisschilders dit leerden is omdat vaak goedkoper materiaal opgewaardeerd werd tot wat sjiekers, zoals voordeuren, schoorsteenmantels en lambriseringen. Bij die laatsten werd ook vaak gemarmerd.